Herman Brusselmans

Herman Brusselmans (1957)

De zelfbenoemde Mooie Jonge Oppergod van de Vlaamse Letteren. Publiceert al twee decennia lang twee boeken per jaar. Schrijft daarnaast columns, waarin hij niemand spaart, ook zichzelf niet. Het enfant terrible is succesvoller dan ooit. Niet in de laatste plaats door zijn vermaarde optredens op de Nederlandse en Vlaamse televisie.

Anton:
“Rond mijn twintigste ontdekte ik Brusselmans. ‘De man die werk vond’ en ‘Zijn er kanalen in Aalst?’ maakten grote indruk. Zijn voortdurende strijd tegen angsten en onzekerheden, zijn cynische humor. Het was meteen raak. Zo raak zelfs dat ik in Gent samen met mijn toenmalige geliefde op zoek ging naar de plekken uit zijn boeken. En wat wilde het toeval? Ik kwam hem tegen en raakte met hem in gesprek! Ik vertelde dat ik nog één van zijn oude, niet meer verkrijgbare boeken in mijn collectie miste. Geen probleem, dat ging hij thuis wel even voor mij halen; hij had nog een exemplaar over…
Mijn liefde voor Brusselmans werk is daarna niet meer verdwenen, al vind ik zijn eerste boeken nog altijd het krachtigst. Ik heb hem daarna nog enkele keren ontmoet. Zo heb ik samen met hem Het Grote Gerard Reve Alfabet gemaakt en gepubliceerd in Vara TV Magazine en Knack.
Herman Brusselmans, een bescheiden, gevoelige en uiterst intelligente jongen. Zijn stoere houding en zijn lange haar gebruikt hij louter als bescherming, een gordijn tegen de buitenwereld. Herkenbaar, maar het afknippen van mijn gordijn enkele jaren geleden werkte bevrijdend. Brusselmans reactie: ‘Nee, dat durf ik nog niet.’”