.
 


Auteurs:
Eric-Jan van Gorkum (l) en Anton Dautzenberg (r)

Anton Dautzenberg (Heerlen, 1967) studeerde onder meer Economie en Taal- en letterkunde.
Hij werkt als journalist, tekstschrijver en adviseur.
Anton bedacht en ontwikkelde de spraakmakende beeldvormingscampagne ‘Hoe leuk zijn Marokkanen?’
Samen met Herman Brusselmans publiceerde hij Het Grote Gerard Reve Alfabet, ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van de volksschrijver. Als A.H.J. Dautzenberg publiceert hij

poezie. Als Troy Titane publiceert hij cartoons en schrijft hij columns.

“De dood fascineert mij al van jongs af aan. Het mysterieuze, het donkere, maar ook het geruststellende – eens houdt al die onzin een keer op. Een zeker doodsverlangen is mij dan ook niet vreemd, in romantische zin dan; ook het leven heeft zijn charmes.
Zo ben ik bijvoorbeeld een groot liefhebber van de Nederlandse literatuur. Lekker naturalistisch en een beetje somber, dat dan weer wel - gelukkig. Mijn grote held is Gerard Reve. Zijn stijl! Zijn thematiek! Zijn humor! Zijn…lees gewoon zijn werk en je begrijpt het! Uiteraard wilde ik ook Hem spreken voor het boek, maar dat is door zijn geestelijke volksgezondheid helaas onmogelijk geworden. Ik heb nog geprobeerd om zijn vriend Joop Schafthuizen te strikken, maar die wilde niks meer met mij te maken hebben nadat hij mijn antwoordapparaat hoorde (Where is my mind?, Pixies). Tja…
Naast lezen, uit mijn ‘escapisme’ zich ook in het regelmatig bezoeken van filmhuizen, concertzalen en mijn geliefde. Tot zover deze eerste en wellicht enige kennismaking.”

Eric-Jan van Gorkum (Kaatsheuvel, 1968) studeerde Bestuurlijke informatiekunde.
Hij is werkzaam als zelfstandig adviseur en journalist.

“Ik ben aan het boek begonnen als uiting van mijn schrijfhobby, althans van het willen schrijven. De kloof tussen willen en doen is weer eens geslecht. Maar een echte roman ligt nog in het verschiet. De ambitie is er zeker, het dagdromen gaat door!
Met de dood heb ik feitelijk niets, nooit gehad. Ja, nu dus een boek. Maar de dood moest altijd ver weg blijven. Ik ontkende het bijna. Erover praten voelde vooral ongemakkelijk. Hoe kwam dat toch? Dat wilde ik met deze reeks ontmoetingen wel eens uitzoeken. Door te ondervinden hoe anderen daarover denken, zou ik mezelf misschien een beter beeld kunnen vormen. Sommige gesprekspartners gingen om diezelfde reden het interview met me aan. Interessant!
Het viel best mee om erover te praten. Wellicht omdat het niet mezelf betrof, en het me dus gevoelsmatig ook niet rechtstreeks raakte. Wat me vooral bijbleef aan de gesprekken - de trivialiteit is schrijnend – is de bewustwording dat ik niet de enige zal zijn die met de dood te maken krijgt. Het voelt bijna als troost dat de angst en onwetendheid erover collectief gedragen wordt. En achteraf is mijn visie niet eens zo gewijzigd: ik wil nog steeds niks met de dood te maken hebben. Ik heb er toch geen invloed op. Leve het leven!
Dat leven, althans mijn leven, kent niet zoveel momenten van groot verdriet. Dat zal nog wel komen vrees ik dan. En tot die tijd blijf ik lekker genieten van de jaargetijden, binnen en buiten. Samen met mijn familie en dierbaren.”

Beide auteurs wonen en werken in Tilburg .